Het ontwikkelingsdenken als kader om naar niveau te kijken
Naast het kennen van de LACCS-waarden, moet je ook weten op welk niveau iemand functioneert. Wat snapt hij wel en wat niet? Hoe beleeft hij de wereld? Wat kan en mag je van hem verwachten? En wat betekent dit? Dit geeft richting aan hoe je de ondersteuning vormgeeft, zoals de communicatie en de invulling van de dag. Ook heb je kennis van het niveau nodig om bijvoorbeeld gedrag van iemand goed te kunnen begrijpen.
Traditionele aanduidingen zoals IQ of ontwikkelingsleeftijd geven te weinig houvast in de praktijk. Daarom hanteren we binnen het LACCS-programma een eigen manier om naar de wijze en het niveau van functioneren te kijken: het ontwikkelingsdenken, gebaseerd op neuro- en ontwikkelingspsychologische kaders. Daarmee hebben we een eigen, handelingsgericht, kader om naar het niveau van mensen met verstandelijke beperkingen te kijken. We onderscheiden drie fasen. De fasen gaan heel geleidelijk in elkaar over.
Sensatiefase
In de sensatiefase draait alles om zintuigelijke sensaties. Om het waarnemen en beleven ervan. Iemand voelt, ruikt of hoort iets, zonder dat hij daar verwachtingen of gedachten bij heeft. Hij zit in het moment. Hij ervaart of het oké is of niet en reageert daar onbewust op. Dit doet hij altijd primair, vanuit zijn emoties.
Klikfase
De klikfase is de fase van herkenning en verwachtingen. Gebeurt het een, dan verwacht je het volgende. Als dit, dan dat. Klikjes maken betekent dat je twee of meer dingen aan elkaar klikt. Je weet dat twee dingen bij elkaar horen. Dit kunnen bewegingen zijn, mensen, acties, voorwerpen of ruimtes, maar bijvoorbeeld ook geuren.
Begrijpfase
In de begrijpfase komt er een dimensie bij. Iemand kan afstemmen op andere mensen en op de omstandigheden. Hij kan zich verplaatsen in een ander en rekening met hem houden. Daardoor kan iemand ook redelijk zijn, rationeel of genuanceerd. Hij kan dingen laten en zichzelf afremmen. Mensen met ernstige verstandelijke beperkingen komen niet in deze fase.
